Twee weken geleden vertrokken we eindelijk op ons groot avontuur. Na de feestdagen waarin we familie en vrienden dichtbij ons drukten, zijn we nu zo’n negen uur verwijderd van België. Die afstand voelen we nóg niet. De vele berichtjes en telefoontjes en het verse afscheid zorgen ervoor dat die scheiding niet af is – en dat zal het hopelijk ook nooit worden. Daarvoor zien we ze te graag.
Deze eerste twee weken zijn aan ons voorbij gevlogen. Inschrijven in het gemeentehuis, bezoek aan de kinderarts, Echo aanmelden in de Zwitserse databank van honden (jawel!), tripjes naar de Ikea,…Tussen het vele papierwerk en het inrichten van ons nieuwe huis door, proberen we ook zo veel mogelijk te genieten van Onne. De verwonderde blik wanneer hij op zijn benen staat terwijl ik hem ondersteun, laat me nadenken over het fantastische vermogen van baby’s om de wereld met een open blik te verkennen. En tegelijk: om geen schrik te hebben van de reacties van anderen – of je poging slaagt of faalt, iedereen lacht toch naar je.
Die onvoorwaardelijke steun van je omgeving, in de meest brede zin van het woord, is iets waar we als volwassene veel minder van (lijken te) kunnen profiteren. De afwezigheid van een veilig gevoel om te falen, remt ons vermogen om de wereld te ontdekken. De schrik voor afkeuring, hoongelach of andere negatieve reactie heeft mij al veel geremd de afgelopen jaren in het ontdekken van de wereld. Misschien schrijf ik ooit wel iets daarover op deze blog…
Vaak gaat die onveiligheid over een gevoel, maar het ontbreken van die ondersteuning kan ook institutioneel zijn. Nu we hier zijn, ervaren we bijvoorbeeld de bedwelmende cocktail van een onbekende bureaucratie en een onbekende taal. Het doet me stilstaan bij hoe dit alles in Aalst zou verlopen als nieuwkomer – wel of niet geprivilegieerd als ons. In het administratief centrum van Aalst staan op verschillende plaatsen bordjes die de bezoeker bijna waarschuwen dat ‘men hier Nederlands spreekt’. Je zal dus enkel in het Nederlands geholpen worden. Zo is taal geen sleutel tot de gemeenschap, maar eerder een administratief slot. Geen ondersteunende omgeving om de wereld te verkennen dus!
Aangekomen in een land waarvan we de taal niet spreken en de bijhorende onhandigheden die daaruit voortvloeien, schrik ik ervan hoezeer we uit onze comfortzone moeten stappen. Zelfs voor kleine dingen. Om een wandelaar te begroeten wanneer je elkaar kruist. Om te vragen in welke rayon het wc-papier ligt. En vervolgens: om te vragen waar we de lege rol mogen achterlaten.
De taal leren zal tijd vragen. Zwitserland ontdekken ook. Met Onne als voorbeeld en ons gezin als veilige omgeving!
Plaats een reactie